Wim Rhebergen

 

 

 

 

 

Interviews

Harmonium pagina

Home

 

 

 

Contact: info@rhegie.com

Januari 2009

 

    

P1010029   Gerard Zwart

 

 

Mijn oma had een harmonium

 

 

 

 

 

Gerard Zwart

 

1955, chemisch analist en organist,

woont in Westbroek, Utrecht

 

Schreef een brochure over het harmonium

Laat alle tongen klinken

Pdf-versie

 

U kunt het huisorgel zien en horen

 

 

Het huisorgel van Gerard Zwart

 

Nieuwe afbeelding

 

1989, gebouwd door S.F. Blank uit Herwijnen

 

 De dispositie van het orgel is

 

Ondermanuaal

Bovenmanuaal

Pedaal

Bourdon 8 voet

Prestant 4 voet

Doublette 2 voet

Prestant 8 voet disc.

Fluit Travers 8 voet

in bas transmissie van Bourdon

Fluit 4 voet

Nasard 3 voet

Aangehangen

 

Speelhulpen: Manuaal koppel, Pedaalwisselkoppel - aangehangen

Stemming gemodificeerde Werckmeister III

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding

Op de jaardag van de Harmoniumvereniging Nederland kwam ik in contact met Gerard Zwart en een bijzonder verhaal rond een harmonium dat van grote invloed op zijn leven is geweest.

Het was voor mij een reden om hem in het Utrechtse Westbroek op te zoeken. Hij gaf me meteen een cd-rom met zijn verhaal.

 

In de huiskamer prijkt een prachtig orgel.

Hij zegt: “Het is een nieuw gebouwd Nederlands huisorgel, maar wel in de stijl van 1780-1820. Ik zal iets voor je spelen.”

 

“De ornamentiek  van het orgel zie je terug in de kunst van die tijd.

Het orgel is beschilderd met bloemmotieven en rank bladwerk, en lauwerkransen, zoals je ze ook kunt zien op schilderijen met Napoleon.

Het instrument heeft een Zuidelijke intonatie door de toepassing van de principes die Don Bedos de Celles (1709-1779), een benedictijn en in zijn tijd een beroemd orgelbouwer.

Hij schreef een standaardwerk over het orgel, “L’ art du Facteur d’Orgues”.

Hij heeft een grote invloed op de orgelbouw gehad, die - getuige dit orgel - nog tot op de dag van vandaag voortduurt.

Het orgel is gebouwd door S. F. Blank uit Herwijnen in 1989.

De stemming is gemodificeerde Werckmeister III.

Het is een oude stemming en daardoor verkrijgt de klank een bijzondere spanning. Toch kan ik muziek van tot ver in de negentiende eeuw hiermee spelen!”

Wie meer over deze stemming wil weten, kan bij google Werckmeister III intikken en verkrijgt een aantal interessante websites.

Hij speelt voor mij een sonate van Carl Philipp Emanuel Bach, de zoon van Johann Sebastiaan, die, doordat zijn muziek gevoeliger en minder complex was, in zijn tijd een grotere populariteit had dan zijn vader,

Ik geniet van zijn spel en onderwijl maak ik foto's.

We praten de hele middag over zijn passie, over muziek, het orgel en het harmonium en zijn zienswijze op het leven.

Het werd een boeiende middag. In dit artikel heb ik een dankbaar gebruik gemaakt van de notities, die hij me mee gaf.

 

Mijn oma had een harmonium

"Mijn oma in Maartensdijk had een 2-klaviers harmonium. Eigenlijk was het van mijn grootvader, maar die is gestorven toen ik nog maar twee jaar was; eigenlijk heb ik hem dus nooit gekend.

Voor mij was het harmonium altijd van mijn grootmoeder, de tweede vrouw van mijn grootvader en die eigenlijk niet mijn echte oma was, maar dat altijd wel voor mij was.

En omgekeerd, ik was haar kleinkind; ze hield van mij.

Het instrument maakte als kind een grote indruk op me.

Telkens als ik bij haar was, vroeg ik of ik op het instrument mocht spelen.

"Nee, dat mocht niet! Eerst moest ik orgel leren spelen en dan pas mocht ik pas op haar orgel spelen."

Het instrument was een harmonium, maar wij noemden het een orgel.

Ik wilde heel graag spelen en vroeg mijn ouders of ik op orgelles mocht.

Zij hielden de boot wat af. Ze zagen het als een kinderlijke bevlieging, die mettertijd wel weer zou overgaan. Maar ik gaf niet op en bleef doorzeuren.

Op mijn tiende verjaardag kreeg ik van mijn oma een schriftelijke cursus klavarscribo.

Mijn ouders zagen een schriftelijke cursus echter niet zo zitten en gingen op zoek naar iemand die les kon geven in klavarscribo.

Mijn leraar werd mijnheer A. A. de Hoogh uit Bilthoven, die steevast omhuld door een grijze wolk sigarenrook mij de eerste beginselen van het musiceren bijbracht.

Ik speelde op het 1-klaviers harmonium van ca. 3 spel, dat mijn vader van mijn tante had overgenomen. Als ik me goed herinner was het een Malmberg of iets dergelijks, een instrument ergens uit de jaren dertig.

Ik herinner me een Melodia 8’, een Dolce 8’, hoewel ik daar niet geheel zeker van ben, een Diapason 8’ en mogelijk nog een Cello 8’.

Met nog een 4’ en stemmenverdeling tussen bas en discant (b/c), een aantal - defecte - speelhulpen en een paar niet-werkende registers. Er waren ca. tien trekregisters. Kortom, het was niet veel bijzonders.

Het instrument was windziek en had een iele, wat zeurderige klank, een typische “psalmenpomp”, die bij sommige mensen nog steeds weerzin opwekt.

Ik weet dat mijn vader het nog een keer helemaal uit elkaar had gehaald en daarna - beter spelend! - weer in elkaar heeft gekregen.

In 1969 werd het vervangen door een elektronisch orgel (Solina C) met 2 klavieren en pedaal. Het harmonium is toen als waardeloos opgeruimd.

Ik heb er geen traan om gelaten.

De Folk Dean boekjes heb ik stuk voor stuk doorgeworsteld evenals de oefeningen van Schmidt en Frey. Elke oefening moest ik vier maal daags als op doktersrecept doorspelen.

Muziek van Edmund Parlow en August Reinhardt kwamen daarna en klonken direct veel voller en muzikaler. In mijn ogen was het een grote stap vooruit.

Daarna kwam het echte werk. Bach was de grote passie van meneer De Hoogh. Ik heb bij hem eindeloos Bach gespeeld. In 1970 overleed meneer De Hoogh, zeventig jaar oud.”

 

 

Klavarskribo is een muzieknotatiesysteem, dat werd ontwikkeld door Cornelis Pot en in 1931 werd geïntroduceerd. Vooral in de beginjaren werd het klavarskribo bij veel spelers van muziek populair.

Het notenschrift van klavarskribo lijkt niet toevallig op het toetsenbord van een piano of orgelklavier en men kan zeggen dat het een grafische weergave is van de te spelen noten. De lijnen van de notenbalk staan verticaal en de notenstokken horizontaal. Elke noot heeft zijn eigen plek in de notenbalk. De naam Klavarskribo betekent in het Esperanto 'klavierschrift'. 

 

Leven van tijd

Gerard Zwart: “Het lied Tijd van Leven van Huub Oosterhuis op muziek van Henri Heuvelmans is gebaseerd op Prediker 3 en heeft voor mij een grote persoonlijke betekenis. Ik heb hierop geanticipeerd met een antwoord.” 

 

Muziek Leven van Tijd van Gerard Zwart,

naar een thema van Fred Dom

 

 

Leven van Tijd

Klavarskribo partituur

 

Leven van Tijd

 

Tijd van Leven,

(Heuvelmans,

Bew. Gerard Zwart)

 

Muziek 1

 

 

 

Muziek 2

 

 

 

 

 

 

Opnieuw les

“Na voor korte tijd orgellesloos te zijn geweest, ging ik vanaf 1971 wekelijks naar De Bilt, waar op Akker 179 de heer Henk Valkenier mij orgellessen gaf. Hij vroeg me, wat ik zoal speelde.

Ik antwoordde dat ik Bach speelde, Bach en nog eens Bach.

Dat leek hem te beperkt. Hij liet me kennismaken met componisten als Franck, Boëllmann en Flor Peeters. Deze muziek heeft een grote invloed op mij gehad. De romanticus in mij ontwaakte.

Ik ging naar orgelconcerten. Mijn voorkeur ging uit naar Piet van der Steen, die Franck, Vierne, Alain en Messiaen liet horen, terwijl de meeste organisten in die tijd nog (Neo-)Barokke smaak aanhingen en wars waren van elke vorm van Romantiek.

Denk aan de prachtige orgelbijbel van Flor Peeters en M.A. Vente: voor hen was de orgelkunst omstreeks 1750 opgehouden te bestaan. Alles wat nadien gecomponeerd was, beschouwden zij als mierzoet geneuzel, dat weinig met kunst te maken had.

Ik kon me hevig opwinden over Willem Hendrik Bakker, de muziekrecensent van het Utrechts Nieuwsblad, die vond dat Piet van der Steen, mijn favoriet, steeds hetzelfde speelde. Nota bene na de uitvoering van de Nederlandse première van de 9 Meditations sur la Mystère de la Sainte Trinité van Messiaen wist hij niest anders te zeggen dan dat! Hoe haalde zo'n man dat in zijn hoofd?”

 

Klavarskribo

“Ik speelde nog steeds klavarskribo, maar merkte, in mijn gesprekken met andere organisten, dat zij deze stijl van noteren als onvolwaardig beschouwden. Zonder enige kennis van zaken boorden zij deze muzieknotatie de grond in en een klavarorganist zoals ik, werd en wordt bijna als randdebiel getypeerd.

Ik wilde serieus genomen worden en begon me af te vragen of ik alsnog niet het heersende notenschrift zou moeten leren.

Bovendien ontdekte ik dat in het klavarskribo nauwelijks iets van Messiaen, Alain of Vierne, voor mij zeer interessante componisten, was uitgegeven.

Ik begon toen opnieuw met  Folk Dean te spelen, maar nu met het gebruikelijke notenschrift voor me. Ondanks de tegenzin, die ik bij elk stukje dat ik speelde, had, heb ik doorgezet.”

 

Piet van der Steen

“In 1974 stootte Henk Valkenier in verband met zijn leeftijd het grootste deel van zijn leerlingen af. Hij vond, dat ik nu naar eens een echte organist moest gaan om verder les te nemen. En hij noemde Piet van der Steen, die al lange tijd mijn idool was. Vanaf oktober 1974 tot juli 1993 heb ik van hem les gehad.

Ik speelde nu op een echt orgel in de Ste. Gertrudiskerk in Utrecht!

Het lukte mij bovendien om het Van Vulpen-orgel in de Willem de Zwijgerkerk te Utrecht als studie-instrument te gebruiken, dit dankzij de medewerking van Peter van Dijk, die daar toen als net afgestudeerd organist titularis was. En ik speelde de muziek van mijn hart. De Frans-romantische orgelmuziek werd toentertijd door de meeste organisten als decadent beschouwd, maar bij Piet van der Steen mocht ik deze spelen, evenals twintigste eeuwse componisten als Alain en Messiaen.”

 

Het geheim van klanken

“Ik heb ooit een werkstuk over de Psalmen gepresenteerd en daarbij ontdekt dat de Psalmmelodieën één en al adrenaline zijn, ontstaan in een tijd, dat het er hard tussen protestanten en katholieken aan toe ging. Denk aan het woord protesteren! Als ik ze op het orgel speel, hoor ik de kromhoorns, de vedels en de trommels. De duizenden jaren oude Bijbelteksten van deze liederen hebben door hun sterke expressiviteit een enorme kracht en bewegen de ziel. 

In de muziek gaat het altijd om de begeestering, vervoering, inspiratie, enthousiasme. Het zijn allemaal woorden voor het geheim van klanken.

Het is een wonder, dat overal kan gebeuren als de mens met hart en ziel zingt en speelt en zich overgeeft aan dit mysterie. Bekend is de opname van een zwerver, die met zijn schorre stem, halfdronken, ergens op de hoek van straat Waltzing Mathilda zong. Zijn naam is onbekend, maar miljoenen mensen hebben iets gevoeld van die vreemde fascinatie van zijn lied, die meer was dan het zingen van de juiste noten. Het werd een enorme hit in de jaren negentig.”

 

 

B%C3%B6hm%20Diamant%20450%20extra%203

 

B%C3%B6hm%20Emporio

 

“Na mijn vertrek bij Böhm in 1991 heb ik in de jaren 90 naast mijn huisorgel ook nog een “custommade” electronisch orgel van Böhm gehad, omdat ik – zoals ik dat noemde – “Böhm-wee” heb gehad.

Het instrument zou je een voorloper kunnen noemen van het vlaggenschip van Böhm: de Emporio 600, die ik toen Diamant 450 extra 3 genoemd heb.

Het display is op de foto niet goed te zien, maar het is hetzelfde als op de Emporio, waarvan hier ook een foto bijgevoegd is. Voor alle duidelijkheid: ik had dus zelf geen Emporio)”.

 

 

 

Het elektronisch orgel

“Het elektronisch orgel met zijn 3-octaafs ’verschoven’ klavieren en het 13-toons pedaal was ongeschikt voor triospel en andere echte orgelwerken.

In mei 1975 kocht ik van mijn eigen gespaarde zakgeld een Eminent 650 Classique, waarop wèl alle orgelliteratuur gestudeerd kon worden.

En ik vond het toen ook nog mooi klinken ook.

Natuurlijk is het spelen op een orgel het summum, maar het is vaak voor amateurs moeilijk bereikbaar.

Daarom deel ik de mening van de beroepsorganisten niet, dat je met een wijde boog om een elektronisch orgel moet lopen. Zij hebben in mijn ogen gemakkelijk praten, met vaak de mooiste instrumenten ‘onder’ zich.

Het elektronisch orgel zag ik als een bereikbaar, goed alternatief. Ik werd zelfs verkoper, demonstrateur van Dr. Böhm-orgels bij een zaak aan de Amsterdamse straatweg in Utrecht.

Hoe ik daar kwam is een story op zich.”

 

Sturing

“Ik geloof in sturing van bovenaf, ook in het leven zelf.

Er zijn mogelijk een heleboel dingen in het leven waarvan we kunnen zeggen dat ze toeval zijn, maar niet alles kan tot toeval teruggebracht worden.

Dat ik bij Dr. Böhm terecht gekomen ben, beschouw ik niet als toeval.

Ik liep daarbinnen, omdat ik, na een afgewezen sollicitatie als chemisch analist, een schuilplaats zocht voor een losbarstend onweer.

Wat bleek, de zaak werd op die dag geopend en men zocht nog iemand, die zaterdags aan de klanten elektronische orgels wilde demonstreren. En ik kwam uitgerekend op die dag in een straat , waar ik tot dan niet eerder was gekomen. Toeval?

Ik noem het heel anders:

Ik houd van improviseren. Om goed te kunnen improviseren moet ik in een zekere stemming komen. In de Woudkapel in Bilthoven, waar ik vaste organist ben, is het gebruikelijk om na de preek een muzikale meditatie te spelen. Als ik naar een preek luister, dan word ik door een bepaalde gedachte gegrepen en als ik dan enkele tonen begin te spelen, zetten die zich als het ware zelf voort. Het lijkt wel of de muziek zichzelf voortstuwt en daarbij zijn eigen gang gaat. Soms heeft het Amen geklonken en heb ik nog geen idee wat ik moet doen. Na een korte concentratie kan dan toch – gestuurd! – een mooie improvisatie komen.

God zegene de greep is mijn motto en dat bedoel ik dan letterlijk.

Maar terug naar Dr. Böhm. De klank van die instrumenten vond ik in die tijd voor elektronische begrippen mooi en deden mijn nekharen niet recht overeind komen, zoals dat wel gebeurde bij apparaten van bepaalde firma’s, die beweerden dat het elektronische orgel niet onderdeed voor het echte orgel.

Na een muziekbeurs vol kakofonische elektronica in 1976 besloot ik te gaan sparen voor een ècht huisorgel.

De verkoop van Dr.Böhm-orgels heb ik gedaan tot 1991 en tot zelfs eind jaren negentig heb ik diverse soundsoftware, waaronder vele kerkorgelklanken, maar ook theaterorgel- en zelfs harmoniumklanken, voor dit bedrijf ontwikkeld, die over heel Europa verkocht is!

De Dr.Böhm-instrumenten herinneren me aan een fantastische periode in mijn leven en ondanks dat ik nu de gelukkige eigenaar ben van een schitterend huisorgel.”

 

Het eigen huisorgel

“In de 1986/1987 werd een nieuw orgel in De Woudkapel in Bilthoven geplaatst.

Ik was al enkele jaren vast organist in De Woudkapel en speelde op het orgel van De Koff, een elektropneumatisch (deels unit-) orgel, dat de nodige kwalen vertoonde.

Het jarenlange proces om tot de aanschaf van een nieuw kerkorgel te komen, is aan mij voorbij gegaan, maar ik was wel volop getuige van hoe door Bas Bank het nieuwe orgel in de kerk geïnstalleerd werd.

Deze ervaring was voor mij de reden om met deze Bas Blank in zee te gaan voor de bouw van een eigen huisorgel. Tien jaar na mijn besluit om een eigen huisorgel aan te schaffen, was het nu zo ver.

Ik had inmiddels vele orgelbouwers gesproken en de meeste huisorgels leken borstwerken van kerkorgels zonder hoofdwerk, iel en pieperig van toon.

Bas Blank bood een orgel met veel meer grondtoon en een zangrijke klank, met een indrukwekkend mooi front en een Prestant 4’, geïnspireerd op de Zuid-Nederlandse huisorgelstijl.”

 

 

Oma Zwart Beneder 90 jaar juli 1976

 

Mijn oma op 90-jarige leeftijd in 1976

 

 

 

Oma

“Toen ik in 1969 mijn eerste elektronische orgel kreeg, concludeerde mijn oma dat ik wel niet meer zo vaak bij haar zou komen.

Ik bestreed dat.

"Uw harmonium is veel mooier dan dit elektronische orgel", zei ik overtuigd.

Zeker één keer per week bleef ik naar haar toe gaan tot in het midden van de jaren zeventig.

Haar hoge leeftijd begon haar toen parten te spelen. Ze werd doof.

Ik hield van haar, een kleine, pittige vrouw, die wist wat ze wilde.

Toen ze in 1972 bij familie en vrienden in Zeeland was, werd ze ziek, zo ziek dat ze niet meer naar huis kon.

Ze leefde toen nog vier jaar en stierf op 97-jarige leeftijd, terwijl we er niet op tijd van op de hoogte waren.

 

Ik weet niet waar het orgel van mijn oma gebleven is.

In de jaren zestig had een aantal familieleden wel belangstelling voor het instrument getoond, maar in de jaren zeventig was de tijd van het harmonium voorbij

Iedereen had een eigen elektronisch kerkorgelsurrogaat, met grote klavieren en pedaal en met een ‘kerkorgeldispositie’. Men vond het harmonium als muziekinstrument verouderd en men gaf de voorkeur aan strakke, barokke muziek. Het harmonium was te sentimenteel en te romantisch.

Zou het als zo vele harmoniums in die tijd naar de schroot zijn gebracht?”

 

 

 

Nieuwe afbeelding (1)

 

Het harmonium van mijn oma

 

 

De droom

“In februari 2003 had ik een droom. Ik droomde over mijn oma.

Ze verweet me dat ik al dertig jaar niet meer op haar orgel had gespeeld.

Ik zag het harmonium voor me en begon in mijn droom te spelen.

Ik rook opnieuw de geur van het harmonium, de boenwas en de muffige stoflucht. Het was alsof een geheime kamer in mijn onderbewustzijn geopend werd.

 

Ik zag de donkerbruine tot zwarte bakstukken opnieuw voor me, met de Johannes de Heerbundel, het psalmboek, de blauwe kooruitgave van de gezangenbundel uit 1938 en de bundel Glorieklokken, waaruit ze soms speelde. Steeds zei ze mij dat ze blij was, dat ik zo muzikaal was.

Zij vond zichzelf totaal niet muzikaal.

Ze had last van doofheid en ze vond dat ze de muziek niet kon leren, omdat ze die niet aanvoelde. Ze zei dat ze haar eigen fouten niet eens hoorde.

Ik was het niet met haar eens. Ik vond haar heel muzikaal.

Waarom speelde ze anders met zo veel plezier op haar harmonium?

 

Ik herinner me ook de grote, zware klep, die na het spelen de manualen afsloot. Je moest daarbij de scharnierbare smalle lat, die als lessenaar dienst deed, omduwen, omdat de klep anders niet goed dichtging.

Ik weet niet waarom mijn oma het instrument steeds dicht wilde hebben.

Was ze bang voor stof, of vond ze het harmonium er dan netter uitzien? 

Twee koraalboeken, de ene links en de andere rechts, pasten net onder de klep op de bakstukken van het ondermanuaal, maar dan moesten die wel precies op de goede plek worden neergelegd.

In de jaren zeventig bleef het orgel toch open, omdat een klemlampje op de lessenaar werd geklemd.

Een lichtgroene loper van viltige stof, waarop een Psalm- of Bijbeltekst was geborduurd, moest altijd, wanneer men ophield met spelen, op het ondermanuaal gelegd, en een zwarte loper van gladde stof met een dubbele laag, waarop sierlijke art nouveau-achtige motieven stonden, op het bovenmanuaal.

De zwarte toetsen van het ondermanuaal waren licht glanzend.

De zwarte lak was in de middelste octaven deels versleten, waardoor de bruinige tint van het hout er doorheen zichtbaar werd.

De zwarte toetsen van het ondermanuaal waren aan de voorkant een beetje afgerond. De zwarte toetsen van het bovenmanuaal waren daarentegen scherphoekig en mat als schoolbordenlak.

Ik zie het rode vilten rondje om de trekregisters nog voor me.

De viltringen kenden enige speling en verschoven soms bij het uittrekken van een register. Ook was er een vilten rand boven de klaviertoetsen, zowel bij het onder- als het bovenmanuaal, van helder rood vilt. Of was er groen vilt? Ik begin nu ineens te aarzelen.

Wanneer ik op het harmonium gespeeld had, gebood oma mij de registers weer in de “basisstand” te zetten, anders raakte ze gedesoriënteerd.

 

Ze genoot ervan, dat ik veel meer uit het orgel haalde dan zij deed.

Zij speelde met slechts één vaste registratie.

Dat waren de fluiten 8’+4’ van het ondermanuaal.

Mijn lievelingsregisters waren: Aeolien Harp 2’, die zwevend als een Vox Celeste was, Viola 4’, strak en Vox Jubilante 8’, zwevend en lijkend op een Unda Maris.

Ik herinner me deze registers heel goed.

Dat zal niet alleen geweest zijn, omdat ik als kind een Vox Céleste op een orgel ook al zo heerlijk zoet vond klinken, maar ook omdat het harmonium bij ons thuis stug klonk en geen zwevende registers had.

In de discant van het bovenmanuaal was een strijker 16’, die ik nogal krachtig en boventoonrijk vond, maar ik vond hem niet in het totaalbeeld passen, al sloot hij wel aan bij de Seraphone 8’, die ook boventoonrijker was dan de andere registers.

Ik gebruikte dit register, waarvan de benaming me niet helemaal bijgebleven is, weinig, omdat er geen soortgelijke 16’ in de bas was.

Met een paar jaar les kende ik het goede gebruik van uitkomende stemmen nog niet; evenmin als het geraffineerd gebruikmaken van bas en discant.

Alle klinkende registers hadden een zwarte beschrifting.

Alle speelhulpen zoals de Vox Humana, de Koppels en de mogelijke Forte hadden een rode beschrifting.”

 

 

Nieuwe afbeelding (2)

 

Het harmonium van mijn oma bij mijn oom

 

 

Dispositie

 

Ik dacht, dat er ongeveer 16 of 18 ‘trekkers’ waren, maar de kopie toonde er twintig.

Goed nadenken bracht me tot een aantal stemmen en een enkele vraagtekens.

 

Bovenmanuaal bas                                

Forte, trekker liep zwaar                          

Aeolien Harp 2'                                        

Cornettino 2'                                            

Viola 4'                                                     

Seraphone 8'                                             

 

Bovenmanuaal discant

Contrabas 16' (?)

Seraphone 8'

Viola 4'(?)

Forte, trekker liep zwaar

Vox Humana, = tremulant, trekker liep zwaar

 

Ondermanuaal bas

Subbas 16'                                                

Bourdon 16'

Fluit d’Amour 8'

Fluit 4'

Manuaalkoppel, trekker liep zwaar

 

Ondermanuaal discant

Vox Jubilante 8'

Bourdon 16' (? )                                        

Fluit d’Amour 8'

Fluit 4'

Octaafkoppel, trekker liep zwaar ‘

 

Bij gekoppeld klavier was het toucher zwaar en taai en moest de toets tot de bodem gedrukt worden om de bovenmanuaaltoets een paar millimeter naar beneden te krijgen! Van de volgorde van de koppels ben ik niet geheel zeker

 

5-oktaven F…f’’’, deling op b/c

Kniezwel links voor volwerk, rechts voor zwel

 

 

 

 

 

De queeste

“Ogenblikkelijk had ik na mijn droom de neiging om alles wat ik nog van het harmonium wist, op te schrijven. Ik vroeg me af waar het harmonium van mijn oma gebleven was?

De droom werd het begin van mijn zoektocht naar dat geliefde instrument van mijn oma, een queeste. Waar moest ik beginnen?

Ik had weinig gegevens over het harmonium. Er was geen foto. De naam van de bouwer was onbekend. De dispositie van het instrument kon ik me ook niet meer zo precies herinneren. Er waren slechts een paar familieleden, die het harmonium van mijn oma hadden gekend. Wat zouden zij nog weten?”

 

Mijn oom in Maartensdijk

“Toen ik in de familie wat begon rond te vragen, kwam ik er achter dat het harmonium naar een oom in Maartensdijk was gegaan, met wie ik weinig contact meer had.

Ik zocht hem op  en hij bevestigde wat ik gehoord had.

Hij hoopte in die tijd dat zijn oudste zoon erop zou gaan spelen, maar daar was weinig van terecht gekomen. Zijn zoon bleek niet geïnteresseerd.

Hij vertelde dat het orgel toen al door de houtworm was aangetast en dat hij het had laten restaureren.

Midden in de jaren tachtig was het aan een of andere instantie in Veenendaal verkocht. Degene, die het harmonium meenam, leek nogal onverschillig en ongeïnteresseerd en mijn oom had hem er nog op gewezen dat het een prachtig, antiek Canadees instrument was. De naam van de koper kon mijn oom zich niet meer herinneren.

Het instrument moest volgens hem in 1915 of daar omtrent gebouwd zijn en was speciaal voor mijn opa rechtstreeks uit Canada geïmporteerd. Een ander familielid meent dat het instrument van 1903 zou zijn.

Zo ver ik me kan herinneren, kan dit wel kloppen.

De klank van het instrument leek op die van de meeste Amerikaanse harmoniums, wat minder op Duitse merken als Mannborg, Hofberg en Lindholm en zeker niet op die van de Franse drukwindharmoniums.

Het instrument moet oorspronkelijk een sierlijke kast met torentjes hebben gehad, maar is door mijn opa vervangen door een strakke kast.

De oorspronkelijke ornamentiek van de kast was een stofnest en erg kwetsbaar.

Niettemin heb ik ook wel eens gedacht dat mijn echte oma, de eerste vrouw van mijn grootvader, van deze sierlijkheid hield en zijn tweede vrouw, de oma die ik kende, minder. Hoogstwaarschijnlijk zal de tijdgeest ook wel een rol hebben gespeeld. De tijd dicteerde dat versieringen en tierlantijnen passé waren. De nieuwe zakelijkheid was in de mode.

Mijn oom verraste me met een kleine foto van het instrument.”

 

Speculaties over de ombouw

“Over de ombouw zijn verschillende verhalen in omloop.

In oktober 1944 was mijn opa opnieuw getrouwd. Zijn tweede vrouw had echter een eigen harmonium, dat hoogstwaarschijnlijk kleiner was dan dat van mijn opa. Twee harmoniums in één huis waren teveel van het goede en mijn opa, die een sterk dominant karakter had, zou van mijn oma verlangd hebben dat zij haar harmonium verkocht. Volgens mijn oom is dat ook gebeurd. Van de opbrengst werd het instrument van opa toen verbouwd en verbeterd. Het oorspronkelijke instrument van mijn opa zou daarbij grotendeels, afgezien van de kast, onveranderd zijn gebleven, met twee klavieren.

Een andere versie was die van mijn oma. Zij heeft, in mijn bijzijn, verschillende malen tegen mijn vader in het begin van de jaren zestig verteld, dat zij nooit ingestemd heeft met de verkoop van haar eigen harmonium en dat haar instrument daarom met dat van opa samengebouwd zou zijn.

Beide harmoniums zouden oorspronkelijk één klavier gehad hebben en bij de ombouw zou een tweeklaviersinstrument zijn ontstaan!

Mijn oom spreekt dat tegen. Hij heeft in zijn jeugd op het harmonium gespeeld en dat was voordat grootvaders tweede vrouw op het toneel verscheen.

Nog een ander verhaal komt van een neef. Hij stelt dat delen van oma’s eigen harmonium geïntegreerd zijn in het mogelijk van origine tweeklaviers- harmonium van mijn opa en dat de resterende delen verkocht zijn.

Ik heb voor mezelf nog argumenten proberen te verzamelen welke lezing het meest waarschijnlijk is, maar welk verhaal juist is blijft een vraag. Het totale instrument moet van grote waarde geweest zijn. Iedereen in de familie roemde er over. Het was heel jammer dat al vroeg houtworm de nieuwe kast heeft aangetast. Mijn moeder weet nog hoe ze samen met mijn oma het orgel behandeld hebben met middelen, die de vermolming moesten tegen gaan.”

 

 

Nieuwe afbeelding (3)

 

Mijn grootvader en grootmoeder

 

zaaauu

 

 

Foto's

 “Nu we je toch aan de lijn hebben… De K.O.V. Kerkgezang bestaat 150 jaar en geeft een feest. Is dat iets voor jou?”

"Ja", zei ik. "Het lijkt me leuk om voor die gelegenheid mee te zingen."

En zo zag ik mijn tante in Maartensdijk vaker dan voorheen.

Het contact groeide en zij trakteerde me op zwart-wit kopieën van kleurenfoto's.

De originele foto;s kon ze niet meer vinden.

Een week later echter had ze die wel gevonden.

De foto's waren ergens bij de paperassen van mijn opa terecht gekomen, die mijn oom bewaarde.

Daarbij waren twee kleurenfoto’s, van het harmonium, maar er was meer!

Ik heb nooit een foto van mijn echte oma gezien en nu zag ik haar voor het eerst.

Ook was er een kopie van een uittreksel uit de burgerlijke stand van het huwelijk van mijn oma met mijn opa. Ik was ontroerd.

Ik ontdekte de harmoniumcultuur in onze familie. Het harmonium was voor hen een belangrijk instrument, dat de sfeer in het gezin bepaalde.

 

Achterop één van de foto’s van het harmonium was een notitiebriefje geplakt. Volgens rekening 28-3-1946 van Vellekoop is het harmonium van Doherty uit Amerika.

Op een andere foto was met potlood door mijn oom vermeld:

 

Advertentie De Orgelvriend geplaatst oktober 1988 (30e jaargang nr.9):

Te Koop:

Zeldzaam 2 klaviers harmonium merk:

R.A. Worthington, Clinton, Ontario, Canada, bouwjuyjhaar 1900

Verbouwd/Ombouw en herstelling maart 1946 door Vellekoop Amersfoort

7½-spel 20 registers

De foto’s van het harmonium waren blijkens het stempel van de afdrukcentrale op de achterzijde afgedrukt op 24-10-1988, dus waarschijnlijk in verband met de te koop aanbieding.”

 

 

HVN-0254

 

Een Doherty

 

2-klaviers zuigwindharmonium, 8 spels, ca.1890

klavieromvang sub F-f3

windvoorziening met de voeten

HVN-nr.254, in bezit van Klaas van Boggelen en geplaatst in de Boskapel in Groenekan

 

 

 

De harmoniumverzameling van De Viet uit Veenendaal

“Het was duidelijk dat ik met de gegevens, die ik nu had, in Veenendaal moest zijn. Natuurlijk zou een advertentie in een krant iets op kunnen leveren, maar dat zou als een speld in een hooiberg werken.

Ik besloot via de Harmoniumvereniging Nederland kenners van het harmonium te benaderen. Wanneer het harmonium van mijn oma gereviseerd zou zijn, zou het niet uitgesloten zijn, dat een van hen het harmonium zouden kennen.+

 

In Veenendaal bleek een harmoniumhersteller met de naam Koppeman. Ik belde hem op, maar hij vroeg meteen na of ik interesse in het harmonium had. Toen hij begreep, dat het om informatie ging, stelde hij zich terughoudend op. Na een gesprek dat niet langer dan anderhalve minuut had geduurd, wist ik dat hij het harmonium niet kende en niet in onderhoud had gehad.

 

De heer Bron van de HVN stelde me voor contact op te nemen met de heer De Viet in Veenendaal, een kenner en verzamelaar van harmoniums.

Hoewel ik een geweldig telefoongesprek van anderhalf uur met hem had en de heer De Viet bijzonder vriendelijk en enthousiast was, kon hij me niet echt verder helpen: Hij had het harmonium niet en kende ook niemand, die het wel zou kunnen hebben.

Maar wel kende hij de firma Doherty. Die kwam uit Clinton, Ontario, Canada. De naam Worthington zei hem niets, maar het leek hem aannemelijk, dat het een tussenverkoper van Doherty was.

Uit een verdere telefonische omschrijving vond hij het aannemelijk, dat het een van origine tweeklaviers instrument was.

Het prettige telefoongesprek leverde een uitnodiging van de heer De Viet op om eens zijn verzameling te bekijken. Het toeval wilde, dat ik diezelfde week op zaterdagmiddag 12 april voor een orgelconcert naar Veenendaal wilde gaan en ik sprak met hem af om 16.30u. bij hem aan te komen. Het zou een onvergetelijke middag worden.

Hoewel…onvergetelijk: er was zoveel te zien, dat ik juist nog veel vergeten ben!”

 

 

advertentie Rijnpost

 

 

Advertentie en brochure

“Bij de heer De Viet heb ik geen harmonium gezien, dat van mijn oma kon zijn.

Ook was er in de grote verzameling geen Doherty.

Maar dankzij de kennis van de heer De Viet ben ik wel veel wijzer geworden.

En sindsdien verdiep ik me in de kennis over het harmonium.

Ik leerde Klaas van Boggelen kennen en die bleek (toeval?) een Doherty, nota bene in Groenekan, dat tot dezelfde gemeente als Maartensdijk en Westbroek behoort, te hebben. Ik herkende onmiddellijk daarin de klank van het instrument van mijn oma. Afgezien van een paar registers is dit instrument zo vergelijkbaar met het instrument van mijn oma, dat ik welhaast zeker ben dat ook oma's instrument een Doherty moet zijn geweest. Aan de hand hiervan heb ik de dispositie verder kunnen reconstrueren.

Ik ontdekte dat er weinig toegankelijke literatuur bestaat voor hen, die iets meer willen weten van dit instrument dan wat een folder aanreikt, maar die (nog) niet toe zijn aan ingewikkelde, gespecialiseerde boekwerken.

Dit was voor mij de aanleiding om een eenvoudige brochure te schrijven over dit fascinerende instrument.

Het instrument van mijn oma heb ik nog steeds niet kunnen vinden. Ik heb een enkele advertentie geplaatst in een lokale krant in Veenendaal. Dit heeft helaas niets opgeleverd

De naam Worthington is daarbij helaas verbasterd!.

Ik besef dat de kans dat ik het harmonium van mijn oma ooit zal ontdekken zeer klein is, toch blijf ik hoop houden dat ik ooit eens….”