Muziek van Letland                           

Beknopt historisch kader – Leenwoorden uit het Nederlands

terug naar overzicht →→→

P1014369

Beknopt historisch kader Letland

In de vroege Middeleeuwen weerstond men de kerstening tot ze aangevallen werden in het kader van de “noordelijke kruistochten” in de 12e en 13e eeuw door de koningen van Zweden, Denemarken en de Duitse orde. Riga werd hierbij strategisch centrum. Het werd na 1282 het hoofdcentrum van de Hanzesteden.  Met Duitse dominantie.

Vanaf de 16e eeuw was Letland een speelbal van de concurrerende machten als Duitsland, Polen, Zweden en Rusland. In de 18e en 19e eeuw was Rusland de heersende macht

In het midden van de 19e eeuw was er een toenemend nationaal bewustzijn, wat na de Russische burgeroorlog in 1920 resulteerde in de erkenning door Rusland van de onafhankelijkheid die de Letten in 1918 al hadden uitgeroepen na de nederlaag van de Duitsers. Dat was de eerste keer dat Letland helemaal vrij was. Het was toen heel rijk.

Er kwamen prachtige gebouwen.(Jugendstil Mikhail Osipovich Eisenstein) Het was een echte Hanzestad.

 

In 1941 werd Letland ingelijfd door Rusland en ca 80.000 mannen kwamen om en honderduizenden Letten werden afgevoerd naar Siberiλ.

Juni 1941 bezetting door Duitse nazi’s die men in eerste instantie als bevrijders beschouwde. Na de oorlog inlijving door de Sovjet Unie die in 1945 Letland weer binnenvielen. Ook weer grote deportaties.

Op 23 augustus 1989 vormden twee miljoen Esten, Letten en Litouwers een menselijke keten van de Estse hoofdstad Tallinn via Riga naar de Litouwse hoofdstad Vilnius, de Baltische weg.

1991 onafhankelijkheid.Voor de tweede keer.

 

Letse woorden verzameld uit het grote overzicht van  http://www.meertens.knaw.nl/uitleenwoordenbank

Omdat Letland aan de Oostzee ligt, hebben de Lage Landen in de middeleeuwen, in de periode van de Hanze, veel directe contacten gehad met Letland en met het Lets. In het Lets zijn circa 175 Nederlandse

leenwoorden aangetroffen, grotendeels indirect geleend. De meeste betreffen de

scheepvaart, bijvoorbeeld boeireep, dieplood, fokkenmast, hellen en kooi, of handel, zoals

abrikoos, ansjovis, kantoor, katoen en makelaar.

Nederlands

Lets Direct leenwoord c.q.

uit Nederland of andere taal

Lets Indirect leenwoord

abrikoos

 

aprikoze ‹via Duits›

actie (aandeel)

 

akcija ‹via Duits›

adstraat (taalkenmerken die taalverandering in een

andere taal veroorzaken)

adstrāts

 

Afrikaans

afrikānss

 

anker

enkurs (uit Nl of Duits)

ansjovis

anšovs (uit Nl of Duits)

apartheid

 

aparteids ‹via Afrikaans›

baai (weefsel)

 

baika ‹via Pools›

baas

 

boss ‹via Amerikaans- Engels›

bagger(en)

 

bagars ‹via Duits›

bakeliet (Baekeland ‘naam van de Belgische uitvinder)

 

bakelīts ‹via Duits›

bak (voorste gedeelte van het opperdek)

baks

 

bakboord

bakborts

 

bamboe

bambusi (uit Nl of Portugees)

barkas (zwaarste sloep aan boord van een schip)

barkass

 

baviaan

Lets paviāns (uit Nl of Duits)

berm

 

berma ‹via Duits›

beurs (handelsbeurs)

 

birža ‹via Russisch›

bezaanmast

bezānmasts

 

bodemerij (kredietverstrekking op schip of lading)

 

bodmerėja ‹via Duits›

boegseren (met sloepen voorttrekken)

buksieris

 

boegspriet

bugsprits

 

boei

boja (uit Nl of Duits)

boeireep (ankerboeitouw)

buirepa

 

boom (havenboom)

bons

 

boord (van schip)

 

borts ‹via Duits›

bootsman

bocmanis

 

bosjesman

 

bušmeņi ‹via Engels›

Brabants (paardenras)

brabantietis

 

bramra

bramrāja

 

bramsteng

bramstenga

 

bramzeil

bramselis

 

bras (touw voor beweging – ondersteuning van ra’s)

 

brase (uit Nl of Duits)

calicot (fijn dicht katoenweefsel)

kalikons (uit Nl of Engels)

dieplood

diplote

 

dijk

 

daika ‹via Engels›

Dirk (laadboom)

 

deriks ‹via Engels›

drijven

 

dreifēt ‹via Russisch›

duiker (koker onder de weg, door dijk of dam)

 

dīkers ‹via Duits›

floers (geweven stof)

flors

 

fokkenmast

fokmasts

 

fokkenra

fokrāja

 

gaffel (rondhout tegen achterkant van mast)

gafele  (uit Nl of Nederduits)

garnaal

garnele (uit Nl of Duits)

gas

gāze

 

gekko (hagedis)

gekoni (uit Nl of Engels)

 

geus

gēzi (uit Nl of Frans)

gijn (takel)

gīna

 

gilde

ģilde (uit Nl of Duits)

gnoe

gnu (uit Nl of Frans)

grootzeil

grotbura

 

grote mast

grotmasts

 

gulden (munt)

guldenis (uit Nl of Duits)

hals  (richting van een schip tegen de wind)

halze

 

Hanze (koopmansgilde)

hanza (uit Nl of Duits)

harpoen

harpūna

 

hellen

eliņš

 

hottonia (waterprimula)

hotonija

 

hut (op schip)

huts

 

ijsberg

 

aisbergs ‹via Engels›

jacht (vaartuig)

 

jahta ‹via Duits›

jenever

ženevērs (uit Nl of Frans)

jol

jolla

 

jongen (scheepsjongen)

 

junga ‹via Russisch›

jonk (vaartuig)

džonka  (uit Nl of Engels)

juwelier

 

juvelieris ‹via Duits of Russisch›

kabel

kabelis (uit Nl of Frans)

kabeltouw

kabeļtauva

 

kajuit

 

kajīte ‹via Russisch›

kakatoe

kakadu (uit Nl of Duits)

kantoor

 

kantoris ‹via Duits›

kapen

kaperēšana (uit Nl of Duits)

kaper

kaperis

 

katoen

katūns (uit Nl of Duits)

kiel (van schip)

ķīlis

 

klad

klade (uit Nl of Duits)

klinker (steen)

klinkers (uit Nl of Duits)

klinket (klein deurtje in sluisdeur)

klinkets

 

kluis

klīze (uit Nl of Duits)

kluiver (driehoekig zeil op kluifhout)

klīvers (uit Nl of Duits)

koebrug (laaggelegen dek)

kubriks

 

kok (op schip)

koks

 

kombuis

kambīze

 

kooi (op schip)

koja

 

korver (haringvaarder)

 

korvete ‹via Frans›

kraal (omsloten ruimte voor vee Afrika)

 

krāls ‹via Afrikaans›

kraan (hijswerktuig)

krāns

 

krab

 

krabis ‹via Duits›

kroon

kronis (uit Nl of Nederduits)

kruisen (varen)

kruisēt

 

kruiser

kreiseris

 

labberdaan (gezouten kabeljauw)

abardāns

 

lakmoes

lakmuss

 

last (vracht - oude inhoudsmaat)

lasts (uit Nl of Duits)

laveren

lavierēt (uit Nl of Duits)

laveren

lavēt

 

leguaan

leguānas (uit Nl of Duits)

 

lichter (vaartuig)

lihteris

 

lijn

līne

 

log (snelheidsmeter van schip)

 

laga ‹via Russisch›

lood (peillood)

lote (uit Nl of Duits)

loods

 

locis ‹via Duits›

loodsen (loodsdienst)

 

locija ‹via Russisch›

loterij

 

loterija ‹via Russisch›

luik

lūka (uit Nl of Duits)

makelaar

 

mākleris ‹via Duits›

makreel

makrele (uit Nl of Duits)

mammoet

 

mamuts ‹via Duits›

manneke (paspop)

 

manekens ‹via Frans›

mars (platform rond de top van een ondermast)

marss

 

mast

masts (uit Nl of Duits)

matroos

matrozis (uit Nl of Duits)

mortier

mortīra

 

nachthuis (met lamp en scheepskompas)

naktouss

 

narvaal (walvisachtige)

narvalis (uit Nl of Deens)

orkaan

orkāns (uit Nl of Spaans)

paneel

 

panelis ‹via Duits›

passaat

pasāts (uit Nl of Duits)

peilen (zeevaart)

peilēt

 

peiling (kompasrichting)

peilēklis,peilers (uit Nl of Duits)

plakkaat

plakāts (uit Nl of Duits)

pokhout

bakauts

 

polder

polderis

 

pompelmoes

pampelmūze

 

potas (o.a. kaliumcarbonaat)

potaša (uit Nl of Duits)

ra

rāja

 

rede

 

reids ‹via Russisch›

rif / reef

rifs

 

rif

rēve (uit Nl of Duits)

roeper (hoorn om stemgeluid te versterken)

rupors

 

saffloer (plant)

saflori

 

sago

sāgo

 

schellak (gomlak)

šellaka

 

schipper

šķiperis (uit Nl of Nederduits)

Sinterklaas

 

santaklaus ‹via Amerikaans-Engels›

soja

soja ‘sojaplant’ (uit Nl of Duits)

spuigat / spiegat

špigate

 

stag (bevestigingskabel voor mast)

štaga

 

stapel

stāpelis (uit Nl of Nederduits)

steng (mastverlenging)

stenga

 

stengenwant

stenvantis

 

stranden

strandēt (uit Nl of Duits)

stuurman

stūrmanis (uit Nl of Nederduits)

stuur(wiel)

stūre

 

sylviet

silvīns

 

takelage

 

takelāža ‹via Duits›

tombak (legering van koper en zink)

tombaks (uit Nl of Duits)

toppenant (touw van de nok van de ra naar de

masttop)

 

topnante ‹via Duits›

trap (scheepstrap – loopplank)

traps

 

tros (kabeltouw)

trose (uit Nl of Nederduits)

uitlander (Engelse emigrant in Zuid-Afrika)

 

uitlenderi ‹via Engels›

val (touw om zeil mee te hijsen of af te halen)

falle

 

vlaggenman (geeft signalen met vlag)

flagmanis

 

vlaggenmast

flagmasts (uit Nl of Engels)

vlaggenschip

flāgmankuģis

 

vloot

 

flote ‹via Duits›

vracht(prijs)

 

frakts ‹via Duits›

wad

vati (uit Nl of Duits)

wafel

vafele (uit Nl of Duits)

want (touwwerk)

 

vantis ‹via Duits›

werp(anker)

 

verps ‹via Russisch›

wimpel

vimpelis

 

wrak

vraks

 

 

 

 

 

 

CheckStat