Wim Rhebergen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Interviews

Home

 

Contact: info@rhegie.com

 

 

 

17 september 2005

 

Marjan de Jong

schreef ter gelegenheid

van mijn afscheid van Zorgaccent Amersfoort

23 september 2003

een vrolijk lied: Wim

 

Marjan de Jong

 

"Het is stil. Ik sla een noot op de piano aan, speel een stukje, laat iemand op de xylofoon slaan.

Wat gebeurt er?"

 

Marjan de Jong vertelt over haar werk met ouderen in verzorgingshuizen en verpleeghuizen en de rol van muziek in haar leven.

Marjan de Jong is muziektherapeut in de een zorginstelling, leidt twee ouderenkoren, heeft daarnaast een privé -lespraktijk piano en vormt samen met Carla van der Heiden (violiste) het duo Scherzando. Scherzando en  geeft concerten in het hele land.

 

Ongeveer vijf jaar oud

"Ik moet ongeveer vijf jaar oud zijn geweest, toen ik met het  kinderkoor op de radio meezong "Barend Bluf, Barend Bluf , waarom doe je zo suf". Ik zong tot verbazing van mijn ouders de tweede stem.

"Wat is dat kind muzikaal," zeiden ze opgetogen en stuurden me naar een kinderkoor. Ik zong mee in de kinderoperette. 'Jantje in Modderstad', een verhaal over een brandschoon ventje, dat verzeild raakte in een stadje met hele vieze kindertjes. Ik was zo'n vies kindje. Ik zie me nog in een bedje liggen, ingebouwd in het decor, alleen mijn hoofdje stak eruit en ik was heel smerig. Gelukkig kwam aan het eind van de operette alles goed en werden alle kindertjes schoon. We zongen op dat koor leuke liedjes, ik zing ze nog wel eens. Een heel mooi lied vond ik 'Herbstlied' van Mendelssohn', Ach, wie so bald verhallen die Reigen."

 

Piano

"Toen ik tien was, kreeg ik een piano. Mijn moeder speelde ooit piano, maar in Arnhem, waar ik ben geboren en opgegroeid, waren tijdens de evacuatie in de oorlog alle huizen geplunderd, ook ons huis. De piano werd nooit meer teruggevonden.

In de jaren vijftig was het erg ongewoon als je van school werd opgehaald. Op een dag gebeurde dat met mij. Ik werd door mijn vader met zijn auto van school gehaald. Toen ik thuis kwam, stond daar de piano. Mijn vader kocht een boek met walsen van Chopin voor mijn moeder en ik kon op pianoles. Mijn vader hield evenals mijn moeder van muziek. Hij was in zijn jonge jaren lid van een band, die Hawaï muziek speelde. Mijn pianoleraar kwam een keer per week bij ons thuis om mij les te geven. Het was een sympathieke man, die me voortdurend complimentjes gaf. Het pianospelen ging me gemakkelijk af. Mijn ouders mopperden wel eens, dat, hoewel ik de etudes de hele week niet had gespeeld, ik een compliment voor mijn spelen van hem kreeg. Ik hoorde ze denken: "Waar betalen we die man voor?"

De pianoleraar heeft me tien jaar les gegeven. Ik was twintig en had het ouderlijk  huis al verlaten, maar voor de lessen kwam ik steeds terug. Verder kan ik zeggen dat ik twaalf jaar oud mijn eerste compositie maakte. Op de middelbare school zat ik achter de piano bij het schoolcabaret; ik maakte de liedjes. In die tijd verdiende ik bij door piano te spelen bij balletlessen, vijf uur in de week, drie gulden per uur, een mooie aanvulling op mijn wekelijkse twee gulden zakgeld van mijn ouders. Hartstikke rijk kocht ik, toen ik op kamers ging, een Artzberg servies, Duits porselein, heel mooi. Ik heb het helaas niet meer."

 

Intermezzo

"Ging ik de muziek in? Nee, ik ging naar de Hogeschool voor Toerisme in Breda. Mijn vader was een autoriteit op toeristisch gebied en een van de initiatiefnemers om een opleiding voor toeristisch kader op te richten. Het was ongetwijfeld een prachtige opleiding, die echter aan mij niet besteed was. Ik heb de opleiding dan ook niet afgemaakt, wel heb ik er mijn ex-man leren kennen. Na het afbreken van de studie ben ik toevalligerwijze weer in de balletbegeleiding terecht gekomen. Van het een kwam toen het ander. Zo speelde ik bij de repetities van het operaballet van de Zuid-Nederlandse Opera en bij de docentenopleiding van de Balletacademie, beide in Tilburg gevestigd. In 1968 ben ik getrouwd. Twee jaar later zijn wij naar Assen verhuisd in verband met het werk van mijn man. Drie jaar had ik geen betaalde baan, maar was wel druk met voortplanten. In 1973 vraagt een pianohandelaar mij of ik pianoles wil geven. Na enige aarzeling heb ik ja gezegd, maar er kwamen geen leerlingen. "Wil je dan les geven aan iemand die elektronisch orgel wil leren bespelen. " Elektronisch, het klonk als een vloek. Maar ja, ik had lang genoeg thuis gezeten en wilde aan de slag. Na wikken en wegen heb ik ja gezegd. En alsof de duvel er mee speelde, vanaf dat moment meldden zich de leerlingen voor piano aan en werd ik wederom gevraagd om op de balletschool te spelen, mijn oude liefde. Maar na verloop van tijd liep ik op tegen mijn tekortkomingen in het lesgeven en vond dat  ik de vakopleiding moest gaan doen. Hans Keuning, directeur van de muziekschool,  moedigde me aan het staatsexamen te doen, hij wilde me wel begeleiden. Inmiddels verhuisden we naar Amersfoort. Na het toelatingsexamen te hebben gedaan, ben mijn opleiding aan het muzieklyceum in Hilversum, dat later het Conservatorium Hilversum heette, begonnen. In 1982 ben ik afgestudeerd, ik speelde o.m. de ballade opus 47 van Chopin."

 

Een nieuw begin

"Mijn scheiding betekende ook een nieuw begin in mijn werk. Ik had inmiddels een goed lopende lespraktijk, maar wilde me breder oriënteren. Muziek  heeft een welhaast magische invloed op de mens. De mens is zich daar altijd bewust van geweest. Muziek is bij alle gelegenheden gemaakt. Bij blijdschap en verdriet, bij gewijde en religieuze momenten, maar ook bij het opwekken van de strijdlust. Wanneer de soldaten ten oorlog trokken liepen de trommelende tamboers voorop. Muziek heeft grote invloed op de menselijke gemoedstoestand. Muziek kan mensen samenbrengen en eenzelfde dynamiek geven. Muziek is een prachtig middel om mensen tot beweging aan te zetten en nodigt uit tot lopen of dansen, of anderzijds te bewegen. Muziek verbindt op deze wijze als het ware mensen, stemt ademhaling en hartslag op  elkaar af, begeestert.    

Orfeus, de zoon van Apollo, kon zo prachtig spelen, dat de stenen huilden. De Lorelei tracht vanaf haar rots aan de Rijn de schippers met haar zang te verleiden. Ook in onze tijd komen we hetzelfde motief tegen. De Glamorgana’s zongen en dansten  en - zo lezen we - het werd helemaal zalig leeg in Harry Potters hoofd. De vergelijking met de Sirenen in de oude Griekse mythologie is hier snel gemaakt.

Ik koos voor muziek als medicijn. Muziek als middel om mensen nieuwe impulsen te geven.

 

Tegenwoordig werk ik vooral met ouderen. Als muziektherapeut probeer ik hen uit het isolement te halen en levensblijheid te geven. Dat laatste klinkt misschien wat oubollig, maar het geeft wel aan wat ik bedoel. Ik noem sommige therapieën wel eens een 'muzikaal bad', en bedoel dat je helemaal opgenomen kunt worden in een stroom van welluidende klanken, een ondergaan in een grote wereld van schoonheid en harmonie. Dat verfrist!"

 

Ouderen

"Waarom met ouderen? Het antwoord is eenvoudig. Ik werd gevraagd om muziekactiviteiten op te zetten voor en met ouderen in verzorgings- en verpleeghuizen.

Op dat moment dacht ik daarover na. Ik had enige ervaring met mijn schoonmoeder, die in een huis opgenomen werd. De ontmoetingen daar hadden me aan het denken gezet.

"Heb je Aart nog niet gezien?' vroeg iemand me bij voorbeeld.  Ik besefte dat, wanneer ik haar vertelde dat haar man al zeker vijf jaar daarvoor gestorven was, ze twee klappen in één keer te verstouwen kreeg: Ten eerste: mijn man is dood, ten tweede: ik kraam nonsens uit.

Als je dat beseft, ben je op weg om mensen belevingsgericht te antwoorden. "Nee," zei ik dan, "we zullen elkaar zeker zijn misgelopen!" .

En dat kon ik zeggen zonder mijzelf, of de waarheid geweld aan te doen.

Niet alle ouderen dementeren, maar daar gaat het ook niet om. Toen mij het verzoek bereikte om iets met ouderen te doen, zei ik ja, omdat ik overtuigd was dat muziek ook voor deze leeftijdsgroep belangrijk zou kunnen zijn, net zo belangrijk als muziek is voor jongeren en volwassenen.

Laat me iets vertellen hoe ik in de praktijk werk."

 

Zingen

"We zingen. We zingen uit boeken, soms groot letterboeken, of projecteren de tekst op de muur.  Mensen genieten van het samen zingen. Bekende liederen roepen herinneringen op. Soms zingen we uit ons hoofd. Het blijkt dat mensen vroeger op school en thuis veel liederen hebben geleerd, die men nog steeds kent. Ik noem bijvoorbeeld 'Op de grote, stille heide' en 'Knaapje zag een roosje staan'. De radio bracht cabaret, operette en schlagers in de huiskamer. Herinneringen aan een tijd waarin men nog jong en levenslustig was. Men komt zelf met voorstellen of  begint spontaan een lied te neuriën. Om een en ander te stimuleren, kiezen we soms een thema, bijvoorbeeld 'naar de speeltuin'.

Nu ik dit zeg, wil ik wel een kanttekening maken. Het is de toon die de muziek maakt. Als je vraagt om mee te helpen om op de oude kleuterdeuntjes te komen, omdat je die aan je kleinkinderen wilt leren , is men al te graag bereid om ook een kleuterliedje te zingen. De activiteit is niet kinderlijk, ook al zingen we soms kinderliedjes. We zingen ook over de ´Olieman´ en `Breng eens een zonnetje.` Komt er een nieuwe generatie, dan zingen we ´Thank you for the music`.

In een verzorgingshuis leid ik  een koor , gevormd door bewoners en daarnaast heb ik een seniorenkoor in een van de ouderensteunpunten in Amersfoort.  De koren hebben een eigen repertoire en treden soms op.

Nog een opmerking terzijde: Zingen is lichamelijk een zware activiteit voor mensen, een soort fysiotherapie maar dan anders. Ik probeer steeds rust in te bouwen zodat mensen letterlijk weer op adem komen."

 

Instrumenten

"In de muziekactiviteit zijn muziekinstrumenten een belangrijk gegeven. Slaan, trommelen, rinkelen met bellen.... ik gebruik vaak slaginstrumenten, volwassen instrumenten, die niettemin zeer toegankelijk zijn. Ritmiek is lichamelijk. Bijna iedereen kan de instrumenten bespelen door de maat te slaan of accenten te geven. Toeteren mag ook. Als het goed gaat, kunnen we het ingewikkelder maken door iemand de eerste tel te laten meetikken en iemand anders de derde tel....

Instrumenten nodigen uit tot actie. Mijn ervaring is dat dit ook prima werkt bij psychogeriatrische bewoners. Ritmiek stimuleert het zelf. Je kunt dat waarnemen door naar mensen te kijken, naar hun houding, naar de manier waarop ze in de wereld kijken. Als je bijna alles hebt verloren en je ervaart dat er toch dingen zijn waar je wee aan kunt meedoen, jezelf in kunt verliezen, geeft dat zelfvertrouwen en levensmoed. Het is mooi als mensen zingend en dansend de muziekactiviteit verlaten."

 

Stilte

"De wereld is vol geluiden. We noemen die geluiden lawaai als ze ongedifferentieerd op ons afkomen. Wie wil luisteren, moet eerst de stilte horen. Een ex-collega van mij had wel eens het voornemen om op de afdeling van het verpleeghuis waar hij werkte, de geluiden op te nemen. Hij wilde de gigantische hoeveelheid geluidprikkels aantonen, die bewoners, maar ook natuurlijk de medewerkers, in zo'n huiskamer van een instituut te verwerken krijgen. Ik durf de stelling aan dat lawaai de mens klein maakt, neerdrukt, passief maakt en deprimeert. Lawaai slaat dood, maakt onrustig. Stilte daarentegen geeft rust, geeft ruimte, laat de mens zichzelf zijn. Stilte scherpt ook de waarneming zodat wij weer geluiden horen, een vogel die zingt. Stilte is noodzakelijk om muziek te horen. Muziekactiviteit begint daarom met stilte.

Het scheppen van stilte is dan ook voor mij de uitdaging als ik in de huiskamers van de bewoners speel. Het gaat er niet zozeer om de aandacht van de anderen te  vangen, je hoeft maar op een trommel te slaan om alle blikken op je gevestigd te krijgen, maar de kunst is om die aandacht vast te houden, stilte te maken zodat mensen gaan luisteren. Als de ziekenverzorging dan gewoon doorgaat met hun activiteiten, kun je het vergeten. Wat dat betreft is een muziekactiviteit zo kwetsbaar."

 

Luisteren naar muziek

"Het is stil. Ik sla een noot op de piano aan, speel een stukje, laat iemand op de xylofoon slaan. Wat gebeurt er?

Soms laat ik een cd horen. Wat vindt men van de muziek? Mensen kunnen reageren. Ze vinden iets mooi of niet mooi, worden vrolijk of droevig, rustig of onrustig. Mensen kunnen zeggen wat ze ervan vinden. Maar ze hoeven het niet te zeggen. Je kunt aan hun lichaamstaal zien wat muziek bij hen teweeg brengt. Ze luisteren geconcentreerd of ze maken verveelde gebaren. Ik vraag hen soms naar het karakter van het muziekstuk, bijvoorbeeld is de muziek romantisch, boos of opstandig. Ik heb wel eens gevraagd welke kleur de muziek heeft. Groen, rood, blauw? Componisten als Skriabin en Messiaen hadden daar uitgesproken ideeën over. Mijn ervaring is dat mensen op zo'n  vraag op intuïtieve basis heel goed kunnen antwoorden. Ik heb hen ook wel eens gevraagd een muziekstuk met kleuren te schilderen en te tekenen door cirkels en lijnen te zetten. Iemand maakte een hele vette streep op het papier, zo van 'tot hier en niet verder'. Die streep was een perfecte uiting van zijn gevoel van bedreiging en onwilligheid en een prima aanknopingspunt om verder mee te gaan. Mensen, ook dementerende ouderen, zo is mijn ervaring, luisteren graag naar muziek van Haydn en Mozart. De structuur van hun muziek biedt houvast. Er is herhaling en herkenning en de klanken zijn welluidend. Mensen vinden dat mooi, ook zij die niet in de traditie van de klassieke muziek zijn opgevoed. Sommige mensen hebben het idee dat ze niet houden van 'klassieke muziek'. Dat idee belet hen om naar deze muziek te luisteren. Bij dementering valt die cognitieve blokkade weg. Ze zijn bereid te luisteren. Dementerenden, die zich veilig en vertrouwd voelen, accepteren de wereld zoals die is. Het klinkt misschien vreemd, maar dementerende mensen staan daardoor vaak juist open voor nieuwe, onbekende, experimentele muziek - en ook andere kunstuitingen. Het is goed om dit te realiseren en dat we de muziekactiviteit niet slechts hoeven te beperken tot het zingen van bekende liederen."

 

Weerstanden

"Wat ik vaak hoor, zeker als mensen nog nooit zo'n  muziekactiviteit hebben meegemaakt, zijn reacties zoals:  'Ik kan niet zingen',  'ik zing vals', of 'ik heb geen verstand van muziek'. Ooit hoorde ik iemand over een pianist zeggen: "Die meneer speelt alleen maar Rembrandt", om aan te geven dat ze na al het klassieke muziekgeweld, nu wel eens een bekend, vrolijk deuntje wilde horen.

Natuurlijk kom ik de verwende concertganger tegen, die ons musiceren beneden zijn waardigheid acht, of de pianist, die eens Schubert speelde en zijn prestaties van nu afmeet aan het niveau dat hij eens had. Het zijn belemmeringen, die mensen weerhouden om open te staan voor de muziekactiviteit. Is men echter eenmaal over die drempel, dan is het pleit gewonnen."

 

Ernstig zieke mensen

"Biedt muziek troost? Als iemand ernstig ziek is en het bed moet houden, dan ga ik er naar toe. Ik ga naast iemand zitten. Meestal zeg ik niet veel. Soms neurie ik wat of zing een lied. In het verleden nam ik wel eens een harp mee en tokkelde wat, prachtige, zuivere, ragfijne, ijle klanken, ik speelde zonder ritme, zonder melodie, zo maar wat noten, zonder enige afbakening, onbegrensde muziek. Snaar instrumenten zoals de citer, de harp, maar ook de gitaar, kunnen door hun bescheidenheid van toon mensen heel dicht bij elkaar brengen. In het geluid is een mystieke stilte tastbaar.  Deze momenten zijn mij het meest dierbaar."

 

Muziek en bewegen

"Muziek ondersteunt het bewegen. Sinds vele jaren organiseer  ik samen met Marion van de Linde, bewegingstherapeut, een activiteit Muziek en Bewegen voor dementerende bewoners. Het is een vrolijke groepsactiviteit, waarin we zingen, musiceren, lopen en dansen. Je zou kunnen zeggen 'inspanning en ontspanning' of 'het nuttige met het aangename verenigen'. Mensen worden door de activiteit vrijer, communicatiever, socialer en levenslustiger. Soms doen zich daarbij ontroerende momenten voor wanneer iemand spontaan begint mee te klappen terwijl de betrokkene anders in een isolement verkeert."

 

Musical 'Smaakmakers en Gelukspillen'

"In het najaar van 2003 kreeg ik van de directie van de zorginstelling, waar ik werk, het verzoek om een musical te schrijven over de  vernieuwde 'zorgvisie' van het huis. De musical zou door medewerkers en vrijwilligers worden uitgevoerd. Ook bewoners van het huis zouden wellicht een rol daarbij kunnen vervullen. Ik heb die opdracht aanvaard, nauwelijks bewust van het vele werk dat zoiets met zich meebrengt. Ik schreef de tekst , de muziek en was regisseur. De musical werd in juni 2004 twee keer opgevoerd in theater De Flint in Amersfoort en later - gezien het grote succes - nog eens in december 2004. In de musical werd op ludieke, humoristische manier het publiek tot nadenken gezet over  wat 'vraaggerichte zorg' in de huidige realiteit van het verpleeghuis betekent. Er is een droom naar een kwalitatief betere zorg. In de musical wordt een onrealistisch scenario van die droom naast een realistisch perspectief gezet. Het was heerlijk om die musical te bedenken. Op vakantie in Gran Canaria kwam ik niet los van de opdracht en bedacht één van de meest ontroerende liederen uit de musical 'Wie zal voor je zorgen?' Het kwam van binnenuit. Tekst en woordritme kwamen eerst en de melodie vormde  zich daaromheen. Het was een ingewikkeld te zingen melodie met allemaal maatwisselingen, maar het voelde heel goed.  Dit was een van de mooiste momenten van het schrijven van zo'n musical, naast natuurlijk de uitvoering en het enthousiasme van de deelnemers en toeschouwers.